Niet altijd gladstrijken

We kennen het allemaal wel.
Je zit in een overleg en merkt dat er iets niet lekker loopt. Iemand zegt iets, een ander reageert net iets te fel en ineens hangt er spanning in de ruimte.Wij hebben inmiddels heel wat van dit soort momenten meegemaakt. En opvallend vaak is het niet het conflict zelf dat het lastigst is, maar alles wat eraan voorafgaat.
De blikken. De stiltes. De grapjes die eigenlijk geen grapjes zijn. En vooral het feit dat iedereen lijkt te weten wat er speelt, maar niemand het hardop zegt.
Daarna gaat het gesprek verder. En op papier is er niets aan de hand.
Maar iedereen voelt dat het er nog zit.
En dan gebeurt er iets interessants: we gaan door.
Niet omdat we niet zien wat er gebeurt. Juist omdat we het wel zien. Omdat het ongemakkelijk is en omdat er een agenda ligt. Er moeten besluiten worden genomen en niemand heeft zin in gedoe.
Voor je het weet is het overleg voorbij en lijkt de rust teruggekeerd. Alleen is het probleem niet verdwenen. Het heeft alleen een andere plek gekregen. Waarschijnlijk ergens in de lucht waar iedereen het met een onbehaaglijk gevoel voelt hangen.
Of het keert terug in een volgend overleg. In een zucht als iemand iets zegt of in een collega die zich steeds minder uitspreekt. In gesprekken bij de koffie waar ineens wel wordt gezegd wat iedereen denkt.
Dat is het moment waarop je je kunt afvragen: zijn we het probleem aan het oplossen of zijn we vooral aan het leren om ermee te leven?
Want misschien zit het echte probleem niet in wat er op tafel ligt.
Maar juist in wat niemand op tafel legt.
Wat er onder de oppervlakte gebeurt
In veel teams ontstaan patronen zonder dat iemand daar bewust voor kiest.
Iemand spreekt zich steeds minder uit omdat eerdere pogingen toch niets opleverden. Een leidinggevende gaat steeds meer zelf oplossen omdat het sneller lijkt. Collega's zoeken elkaar na een vergadering op om alsnog te zeggen wat ze werkelijk vinden.
En langzaam wordt dat normaal.
In mijn werk als leidinggevende hoorde ik regelmatig:
"Laat maar."
"Zo gaat het hier nu eenmaal."
"Het heeft toch geen zin."
Zinnen die op het eerste gezicht klein lijken, maar vaak veel vertellen. Ze zeggen iets over teleurstelling, vermoeidheid of het vertrouwen dat er nog iets kan veranderen.
Want als mensen stoppen met zeggen wat ze vinden, betekent dat niet dat er niets meer speelt. Vaak betekent het juist dat ze zijn gestopt met geloven dat het zin heeft om het te zeggen.
En zo begint een patroon zich vast te zetten.
Mensen trekken zich terug, nemen minder verantwoordelijkheid of zoeken andere manieren om met hun frustratie om te gaan. Ze weten niet meer wat ze met hun betrokkenheid moeten doen.
En ook daar gebeurt iets interessants.
Want wat vraagt het van een team of leidinggevende om dat patroon weer open te breken?
Moet je het dan maar laten schuren?
Nee.
Wrijving op zichzelf is geen doel. Een team hoeft niet voortdurend met elkaar overhoop te liggen om goed te functioneren. Maar we zijn soms zo gericht op harmonie dat we vergeten dat een beetje ongemak ook iets kan blootleggen.
Een verschil van mening kan duidelijk maken dat niet iedereen dezelfde verwachting heeft.
Irritatie kan iets vertellen over een grens die steeds wordt overschreden.
Een conflict kan zichtbaar maken dat verantwoordelijkheden niet helder zijn.
En stiltes kunnen soms meer vertellen dan woorden.
De vraag is daarom niet altijd: hoe krijgen we dit zo snel mogelijk weer rustig?
De interessantere vraag is: waarom schuurt dit eigenlijk?
Niet alles hoeft gladgestreken te worden
Maar dat vraagt wel iets van mensen. Je moet bereid zijn om even niet meteen naar een oplossing te zoeken. Om te luisteren naar wat iemand werkelijk zegt. Maar ook naar wat iemand misschien al een tijdje probeert te zeggen.
Soms betekent dat dat een leidinggevende iets moet horen wat niet prettig is.
Soms dat een team naar zichzelf moet kijken.
En soms dat je als professional moet erkennen dat je zelf onderdeel bent geworden van het patroon waar je last van hebt.
En dat zijn niet altijd comfortabele gesprekken. Maar ze kunnen wel iets veranderen.
Want zodra uitgesproken wordt wat daarvoor onder de oppervlakte bleef, hoef je er niet meer omheen te werken.
Dan kun je het erover hebben.
En vanaf daar kun je iets anders gaan doen.
Daar begint Schuurkracht
Dat is ook waarom wij niet altijd meteen proberen glad te strijken wat schuurt.
We zijn juist nieuwsgierig naar wat de wrijving zichtbaar maakt.
Wat gebeurt hier nou echt?
Wat wordt niet gezegd?
Waar houden mensen elkaar onbedoeld vast?
En wat is er nodig om weer verder te kunnen?
Soms is één goed gesprek genoeg. Soms vraagt het om een interventie. En soms is er meer nodig en gaan we langer met een team of organisatie op pad.
Maar de eerste stap is vaak dezelfde: durven kijken naar datgene waar iedereen al een tijdje omheen beweegt.
Want niet alles wat schuurt, hoeft gladgestreken te worden.
Soms is het juist daar waar de beweging begint.


Opmerkingen